Raad van State: Beroep over snelfietsroute Veghel/Uden ongegrond
DEN HAAG/VEGHEL – De Raad van State heeft woensdagochtend het beroep van een groep inwoners die aan de snelfietsroute Veghel/Uden wonen ongegrond verklaard. Zij gingen in beroep tegen het bestemmingsplan dat op 26 januari 2023 door de raad werd vastgesteld.
Het is niet de eerste keer dat de inwoners en de gemeente tegenover elkaar stonden in de rechtbank. Op 7 februari 2024 moest de Raad van State al uitspraak doen over een ander deel van de snelfietsroute (’t Ven tot de Zuid-Willemsvaart). Volgens de inwoners zorgt de nieuwe fietsroute voor een slechtere verkeersveiligheid en zou het de natuur aantasten. Het beroep van toen werd ook ongegrond verklaard. Daartegenover stelde de gemeente het verweer dat de inwoners ‘geen belang hebben bij de bescherming van de normen waarop zij zich beroepen’.
Zelfde bezwaren, ander deel
Het beroep ging deze keer over een ander deel van de route – rondom Mariaheide – met voornamelijk dezelfde bezwaren. Naast de zorgen over natuur en verkeersveiligheid, meent één van de appelanten dat het bestemmingsplan ook in strijd is met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, omdat er geen alternatieven zijn onderzocht. Ook vindt deze inwoner dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat de fietsroute tussen zijn twee percelen door loopt. De appellant vertelt dat hij vijf koeien en drie paarden heeft waarmee hij het pad moet oversteken om bij zijn schuur te komen. Daarnaast verklaart hij dat het pad zijn privacy aantast.
De Raad van State gaat hier niet in mee. Wat betreft de privacy oordeelt het dat deze niet wordt aangetast, omdat er een afstand van veertig meter is tussen het snelfietspad en het erf van de appellant. Daarnaast verklaart de RvS dat er oplossingen zijn om het gevaar van het overstekende vee te stoppen, zoals verkeersborden en afspraken over tijdstippen waarop het vee oversteekt. Ook is de raad het oneens met de mogelijke aantasting van het milieu. De gemeente zou op eigen grond voldoende compenseren.
Alternatieven
Ook de verklaring dat het bestemmingsplan in strijd is met het motiveringsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel, is volgens de Raad van State ongegrond. De gemeente heeft volgens de rechter namelijk wél onderzoek gedaan naar alternatieven. De uitkomsten hiervan zijn opgenomen in het rapport ‘Snelfietsroute Uden-Veghel, Keuze tussen noord en zuid’. Uit dit onderzoek bleek dat de noordelijke route – die uiteindelijk is aangelegd – meer voordelen had dan het alternatief. De appellant heeft volgens de rechter niets concreets aangevoerd waaruit blijkt dat de gemeenteraad een andere afweging had moeten nemen.
Het beroep van de inwoners werd dus ongegrond verklaard. Door deze uitspraak ging de Raad van State niet meer in op het verweer van de gemeente, omdat dit niet meer nodig was.